
Karel de grote
De feiten over Karel de Grotes leven zijn voor sommige delen van zijn leven zeer schaars, terwijl we over andere delen juist zeer goed geïnformeerd zijn. Terwijl er voor het midden en het einde van zijn leven in vergelijking met andere middeleeuwse heersers een ongewoon rijk bronnenmateriaal voorhanden is,[8] is er nauwelijks iets over zijn kindertijd en jeugd bekend.[9] Zelfs zijn geboortedatum is onderwerp van speculatie. Zijn klaarblijkelijk aanzienlijke vorming kon hij pas op volwassen leeftijd hebben verworven. Mogelijkerwijs werd hij net als zijn broer Carloman in Saint-Denis opgevoed. Wie zijn leermeesters waren, is onbekend. Of daar op dat ogenblik reeds het volledige programma van de septem artes liberales, de zeven vrije kunsten, werd onderwezen, is onduidelijk. Karel zette zich later in het kader van zijn onderwijshervorming in voor het herstel van deze zeven vrije kunsten, wat erop lijkt te wijzen dat deze tijdens zijn jeugd niet tot het vaste curriculum behoorden. Maar in elk geval was elementaire wereldoriëntatie ook reeds een onderdeel van de eerste van de zeven kunsten, de grammatica, die niet alleen Latijns taalonderricht omvatte, maar ook alle kennis die noodzakelijk was voor een competente omgang met teksten. Ook als volwassene nam Karel nog levendig deel aan onderwijsvragen van velerlei aard. Vooral aan theologische en filosofische discussies zoals de beeldenstrijd, waarin hij in de kanttekeningen van de libri Carolinipersoonlijk stelling nam. Hij mengde zich ook in de discussie over het Adoptianisme en belastte hofgeleerden zoals Alcuinus met de opheldering van zulke vragen. De rijkelijk overgeleverde veeleisende, vaak ook uitgesproken onderhoudende dichtkunst uit de hofkringen zal Karel in ieder geval hebben kunnen waarderen, daar zijn kennis van het Latijn en literatuur meer dan behoorlijk was. Latijn was ongetwijfeld een van de hoftalen, en gezien de internationale samenstelling van de hofhouding zelfs de enige taal die allen of in elk geval de meesten beheersten. Daarnaast was er de constante aanwezigheid van het Latijn als liturgische taal. Ook aan het onderwijs van zijn eigen kinderen hechtte hij grote waarde. Behalve het literaire onderwijs, dat op dat ogenblik geen vanzelfsprekendheid was voor jonge edelen (het aantal geschoolde leken nam pas vanaf de tweede helft van de 8e eeuw weer toe), moeten ook de omgang met wapens en de jacht, die Karel nog tot op hoge leeftijd bedreef, een hoog aanzien hebben genoten.
Afkomst, geboorte en jeugd
Karel was de oudste zoon van de latere koning Pepijn de Korte en Bertrada van Laon, bijgenaamd "Bertrada met de grote voet".[10] Zijn geboortejaar is omstreden,[1] zijn geboorteplaats is niet gekend, temeer omdat meerdere plaatsen in aanmerking komen.[11]
Karels biograaf Einhard schreef in zijn Vita Karoli Magni, dat er over de kindertijd en de jeugd van de keizer niets schriftelijk was overgeleverd en dat er bij de aanvatting van zijn werk - ongeveer vijftien jaar na Karels dood - niemand meer in leven was die erover kon vertellen.[12]
Karel werd in 754 samen met zijn broer Carloman door paus Stefanus II (III) gezalfd in de kathedraal van Saint-Denis bij Parijs.[13]
De stamboom van Karel de Grote
Pepijn van Herstal
(* ca. 635 - † 714)
Frankische hofmeierAlpaida
(† voor 714)
zogenaamd FriedeleheLiutwin
(† ca. 717 in Reims)
bisschop in Trier, Reimsen LaonNNMartin
(* ca. 660 - † 680)
graaf van LaonBertrada de oudere
(* 660 - † na 721)
stichtster van de abdij van PrümNNNNKarel Martel
(* ca. 689 - † 741)
Frankische hofmeierRotrude van Trier
(* 690 - † 724)Charibert,
(* 680 - † 747)
graaf van LaonGisele van AquitaniëPepijn de Korte
(* 714 - † 768)
koning van de FrankenBertrada van Laon
(* ca. 725 - † 783)Karel de Grote
(* 747 - † 814)
Koning der Franken, Keizer van het Heilige Roomse Rijk
Gedeeld koningschap (768-771)
Na de dood van zijn vader in 768 werd diens koninkrijk verdeeld onder Karel en Carloman. Op 9 oktober 768, het feest vanDionysius van Parijs, werd Karel in Noyon gekroond en Carloman in het nabijgelegen Soissons.[3] Karel kreeg de gebieden langs de westelijke en noordelijke kusten: het westen van Aquitanië, de grootste delen van Neustrië en Austrasië, en Thüringen.[14]Carloman kreeg Bourgondië, Alemannië, de resterende delen van Aquitanië, Neustrië en Austrasië, de Provence, en het indirecte gezag over Beieren.[15]
Onderwerping van Aquitanië en Gascogne
In 769, kort na de dood van Pepijn de Korte, probeerde hertog Hunold van Aquitanië zich onafhankelijk te maken van de Karolingers.[16] Karel begon daarop een veldtocht tegen hem, zonder de beloofde steun van zijn broer Carloman.
Hij dwong Hunold te vluchten naar hertog Lupus II van Gascogne. Deze was echter zo geïntimideerd door Karels dreigementen, dat hij naast de uitlevering van Hunold en diens vrouw, ook zijn eigen hertogdom onderwierp aan Karel (769).[17]
In 770 sloot hij door bemiddeling van abt Sturmius van Fulda een verdrag met Tassilo III van Beieren.[18] In datzelfde jaar trad hij in het huwelijk met de Longobardische prinses Desiderata.[19] Dit zeer tegen de zin van paus Stefanus III, die de samenwerking met de Franken in gevaar zag komen.[20] Carlomans rijk werd hierdoor namelijk omsingeld door dat van Karel (in het westen) en zijn nieuwe bondgenoten (in het oosten).
Alleenheerschappij en uitbreiding van het rijk (771-800)
Op 4 december 771 overleed Carloman echter te Samoussy, nabij Laon.[21] Karel trok daarop naar Corbeny, waar de groten van Carlomans rijk hem hulde kwamen brengen en hem accepteerden als hun vorst ten nadele van Carlomans zoontjes.[22]
De Saksenoorlogen Zie Saksenoorlogen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
In de zomer van 772 begonnen de (met onderbrekingen) tot 804 durende Saksenoorlogen. De strijd werd aanvankelijk alleen ter pacificatie van de grensregio gevoerd, totdat het doel veranderde in de met aanzienlijke wreedheid doorgedreven onderwerping, kerstening en integratie van het Saksische volk in het Frankische Rijk. In 777 werd Saksen in bisdommen ingedeeld.[23] In 782 werd de Frankische indeling in graafschappen ingevoerd. Het Saksische verzet onder leiding van Widukind duurde echter, ondanks de hardere Frankische tegenmaatregelen en militaire overwinningen van Karel op de Saksen, nog lange tijd voort. De Saksische adel werkte uiteindelijk in meerderheid mee (zelfs Widukind onderwierp zich in 785), maar toch brak er in 792 opnieuw een Saksische opstand uit. Karel reageerde zowel met deportatie als met een verbetering van de juridische status van de Saksen in het koninkrijk. In 802 werd het Saksische volksrecht opgetekend en door Karel erkend. Saksen werd kort daarop als definitief gepacificeerd en als deel van het christelijke Frankische Rijk gezien.
Onderwerping van de Langobarden
In maart 773 kwam een pauselijke ambassadeur bij het hof van Karel om hulp vragen tegen de Langobarden.[24] Karel ging in op dit verzoek, en in 774 veroverden de Franken Pavia.[25] Karel zette de laatste Langobardenkoning Desiderius af.[26] Karel was op dat moment ook getrouwd met Desiderius' dochter (die vermoedelijk Gerperga heette),[19] die hij kort daarop verstootte. Hij liet zich vervolgens zelf tot koning van de Langobarden kronen.[27] In het zuiden bleef het Hertogdom Benevento tot de verovering door de Noormannen in de 11e eeuw zelfstandig, hoewel het ook tot de satellietstaten van het Frankische Rijk moet worden gerekend.
Krijgstochten tegen de Moren
Een expeditie naar Spanje in 778 was niet zo succesvol als die tegen de Langobarden.[28] Aanleiding voor deze expeditie was een verzoek om bijstand van Suleiman ibn Yaqzan al-Arabí al-Kelbi, de door zichzelf uitgeroepen gouverneur van Zaragoza, die om ondersteuning tegen emir Abd al-Rahman I van Córdoba verzocht. Tijdens de terugtocht werd een deel van het Frankische leger door heidenen (aldus contemporaine bronnen) in de slag bij Roncevaux weggevaagd.[29] Hierbij viel ook de graaf van de Bretonse mark, Hruotland, de bevelhebber van de vernietigde Frankische achterhoede.[30] Deze gebeurtenis werd later in hetRoelantslied heropgepikt. Aquitanië werd als een onderkoninkrijk voor Karels minderjarige zoon Lodewijk ingericht.[31] Samen met zijn tot onderkoning van Italië uitgeroepen broer Pepijn werd hij in 781 door de paus gezalfd en gekroond.[32] De verhoudingen in de Pyreneeënregio konden zo voor het eerst worden gestabiliseerd. Het machtsgebied van de Franken werd - al was het maar tijdelijk - uitgebreid tot Girona, Cerdagne, Urgell en Barcelona. Slechts als gevolg van de latere conflicten met de Saracenen - zoals de Moren in de late middeleeuwen werden genoemd - werd in 806 de Spaanse Mark aan de overkant van de Pyreneeën opgericht.
Een gevolg van de militaire aanwezigheid van de Franken in dit gebied zou het ontstaan van het vorstendom Andorra zijn geweest, dat claimt sinds de tijd van Karel de Grote de jure onafhankelijk te zijn geweest.[33]In El Gran Carlemany, het Andorraanse volkslied, word Karel de Grote uitbundig bezongen.
In 797, volgens andere bronnen 801,[34] knoopte Karel diplomatieke betrekkingen aan met Haroen ar-Rashid, de kalief van Bagdad. Ze kwamen overeen, steeds andere geloven bij hun onderdanen te dulden, en overwogen eventuele bondgenootschappen tegen de kaliefen van Córdoba enerzijds, respectievelijk het Oost-Romeinse Rijk anderzijds, die echter niet gerealiseerd werden. De kalief schonk Karel onder meer eenAziatische olifant, genaamd Abul-Abbas.[35]
Bretonse Mark Zie Bretonse Mark voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Bretagne wist gedurende de hele regering van Karel zijn onafhankelijkheid te bewaren. In 786 trokken de Frankische troepen nog plunderend door Bretagne, maar ze konden het land niet onderwerpen.[36] In 790 benoemde Karel zijn negenjarige zoon Karel de Jongere tot markgraaf van de Bretonse Mark en koning van Neustrië.[37] Ook hier waren het bestuur en de militaire leiding in handen van ervaren hovelingen. Een veldtocht in 811 bleef ook zonder resultaten.[38]
Het einde van de onafhankelijkheid van Beieren
In 788 werd ook Baiern (oude schrijfwijze van Beieren) definitief in het Rijk ingelijfd, in het oosten werd de Avaarse Mark (vanaf 856 Marchia Orientalis genoemd) als grensmark tegen de Awaren opgericht en onder Frankisch gezag gesteld. De laatste Beierse stamhertog Tassilo III, die zijn leen in 757 van Pepijn had bekomen,[39] zocht tevergeefs, de onafhankelijkheid door een bondgenootschap met de eigenlijk al reeds onderworpen Langobarden te redden. Aan de opstand tegen de Franken, waarvan men dacht dat ze door de twisten met de Saksen hun handen vol hadden, nam ook hertog Arechis II van Benevento deel. De insubordinaties van de Italische bondgenoten van Tassilo waren onder andere door de belegering van Capua en Salerno in 786/787 beëindigd geworden. Het Beierse gebied, dat vanaf 798 vanuit Salzburg tot een eigen kerkprovincie werd uitgebouwd, bleef na de inlijving in het Rijk evenwel als politieke entiteit behouden. Onder de “prefecten” genoemde ambtsdragers van de koning (in de 9e eeuw als onderkoninkrijk) behield het beslist een bijzondere positie binnen het Frankische Rijksverband. De integratie van Baiern in het Frankenrijk was samen met de onderwerping van de Saksen een belangrijke voorwaarde voor de latere vorming van het Heilige Roomse Rijk.
Reactie plaatsen
Reacties