Imperator Caesar Augustus

(Doorverwezen vanaf Keizer Augustus)
 
Imperator Caesar AugustusPostuum portret van Imperator Caesar Augustus metcorona civica (zogenaamde „Augustus Bevilacqua“-buste, 45-50, Glyptothek München).Geboortedatum63 v.Chr.Sterfdatum14 n.Chr.TijdvakAugusteïsche periode
Julisch-Claudische dynastiePeriode27 v.Chr.-14 n.Chr.OpvolgerTiberius Iulius CaesarStaatsvormprincipaatPersoonlijke gegevensNaam bij geboorteGaius Octavius (Thurinus)Zoon vanGaius Octavius
Atia Balba CaesoniaGeadopteerde zoon vanGaius Iulius CaesarVader vanIulia Caesaris maiorAdoptievader vanGaius Iulius Caesar
Lucius Iulius Caesar
Tiberius Iulius Caesar
Agrippa Iulius CaesarGehuwd met1) Clodia
2) Scribonia
3) Livia DrusillaBroer vanOctavia Thurina maior
Octavia Thurina minorRomeinse keizersPortaal   Romeinse Rijk

Imperator Caesar Augustus (Rome[1], 23 september 63 v.Chr.[2] - Nola, 19 augustus 14 n.Chr.), ook wel bekend als Augustus, was de eerste princeps (vgl. "keizer") van Rome. Door steeds meer verschillende bevoegdheden van republikeinse magistraten naar zich toe te trekken kreeg hij de feitelijke macht over Rome in handen.

Deze achterneef en voornaamste erfgenaam van Gaius Iulius Caesar (Julius Caesar) won de machtsstrijd die volgde op de moord op Caesar op 15 maart 44 v.Chr. en was in 31 v.Chr. de enige die levend uit deze strijd kwam. Vanaf 27 v.Chr. zou hij als princeps (eerste burger) de teugels van het Imperium Romanum in handen houden. Hij maakte een einde aan een eeuw van burgeroorlogen en stichtte in de daaropvolgende periode de Julisch-Claudische dynastie. Onder het mom van het herstel van derepubliek (restitutio rei publicae) voerde hij in werkelijkheid een duurzame omvorming tot monarchie (principaat) door. Ook op sociaal-economisch en ander gebied voerde Augustus tijdens zijn regering hervormingen door. Zijn heerschappij zorgde voor een langdurige tijd van interne vrede, die als Pax Romana (soms ook wel Pax Augusta genoemd) werd aangeduid.

 

Levensloop[bewerken]

Zijn levensgeschiedenis toont twee ogenschijnlijk volkomen tegenovergestelde persoonlijkheden. Enerzijds was hij de jonge, eerzuchtige, soms wrede politicus, die in de strijd om de hoogste macht zonder scrupules de wet aan zijn laars lapte. Anderzijds was hij de princeps, die - eenmaal in het bezit van de macht - er zeer wijs gebruik van maakte. Met het principaat voerde hij een nieuwe, duurzame staatsinrichting in, ter vervanging van de republiek die in de honderdjarige burgeroorlog geheel verwoest was.

Afkomst en jeugd[bewerken]

Augustus was de zoon van Gaius Octavius en Atia Balba Caesonia, een nicht van Gaius Iulius Caesar. Bij zijn geboorte ontving hij de naam van zijn vader Gaius Octavius. De familie van zijn vader behoorde tot de stand van de equites, de Romeinse ruiterstand, en dus tot de nederige, plebejische landadel (Suet., Aug. 2.1: minores gentis) en stamde uit Velletri. Een voorvader van Augustus zou door de Romeinse koningTarquinius Priscus in de Romeinse Senaat zijn benoemd. In de 1e eeuw v.Chr. was de familie welgesteld, maar weinig beduidend. Gaius Octavius, die geldschieter zou zijn geweest, werd echter opgenomen in de Senaat en wist zich op te werken tot praetor. Na de dood van zijn vader in 58 v.Chr. werd de jonge Gaius op het landgoed van zijn grootmoeder Iulia, de zus van Caesar, in Velitrae verder opgevoed[3]. Later zou hij verhuizen naar het huis van zijn stiefvader Lucius Marcius Philippus in Rome. Volgens Suetonius hield hij in 51 v.Chr. de lijkrede voor zijn grootmoeder en nam hij in 49 v.Chr. de toga virilis aan (Suet., Aug. 8.1.).

Omdat Caesar geen wettige zoon had, nam hij zijn achterneef onder zijn vleugels. Zo werd Gaius Octavius op Caesars voorspraak in 48 v.Chr. in het college van Pontifices opgenomen. In 47 v.Chr. was Octaviuspraefectus urbi, die de consuls verving die zich tijdens de ludi Latini niet in Rome ophielden. In 46 v.Chr. liet Caesar hem aan zijn triomftocht na zijn zege in de burgeroorlog deelnemen. In het jaar daarop begeleidde de jonge Gaius Octavius zijn grootoom op diens veldtocht tegen de zonen van Pompeius naar Hispania, waar hij op Caesar duidelijk indruk maakte door zijn dapperheid. Hij zou ook als magister equitum (letterlijk „leider van de ruiterij“, de rechterhand van een dictator) aan de geplande veldtocht tegen de Parthen hebben deelgenomen. Samen met zijn vrienden Marcus Vipsanius Agrippa en Salvidienus Rufus was hij reeds naar Apollonia in Illyria (het huidige Albanië) vooruitgestuurd. Daar bereikte hem in het voorjaar van 44 v.Chr. het bericht van de moord op Caesar. Tijdens zijn terugreis naar Rome vernam hij dat de dictator hem bijtestament had geadopteerd en tot voornaamste erfgenaam van zijn privévermogen had aangeduid.

Opkomst in de politiek[bewerken]

 
Bronzen buste van Octavianus (gevonden inMeroë, Nubië; nu in het British Museum).

De postume, testamentaire adoptie ontbeerde elke juridische grond.[4] Gaius Octavius aanvaardde, zodra hij in Rome terug was, desalniettemin het testament alsook alle daarmee verbonden verplichtingen en noemde zich voortaan naar zijn voorgewende adoptievader Gaius Iulius Caesar. Hij speelde in het begin geen rol in het conflict tussen diens aanhangers - die zich rond Marcus Antonius schaarden - en de republikeinsgezinde Caesarmoordenaars rond Gaius Cassius Longinus alsook Marcus en Decimus Iunius Brutus.

Marcus Antonius eiste als onderbevelhebber van Caesar en diens collega in het consulaat voor het jaar 44 v.Chr. de leiding over de factie van Caesar voor zich op. Zo weigerde hij het vermogen van de dictator aan Octavianus weg te geven. Deze betaalde desondanks de in Caesars testament voorziene legaten aan diens veterani en de bevolking van Rome uit. Daarvoor gebruikte hij de in Apollonia in beslag genomen, voor de Parthenoorlog voorziene krijgskas. Hij veilde echter ook zijn eigen bezit om het te kunnen financieren. Zijn optreden bracht hem al snel een groot aantal aanhangers en gaf hem bovendien ook politiek gewicht. De invloedrijke senator en oud-consul Marcus Tullius Cicero, die niet tot de samenzweerders had behoord, maar wel met de republikeinse zaak sympathiseerde, ondersteunde de schijnbaar onervaren jongeman, in de hoop hem als politiek tegengewicht voor Marcus Antonius te kunnen gebruiken. Octavianus ging hierop in, maar gebruikte Cicero's steun voor zijn eigen plannen. Hij steunde daarbij op zijn eigen, ervaren raadgevers zoals de welgestelde Gaius Cilnius Maecenas.

Bondgenootschap met de Caesarmoordenaars[bewerken]

Terwijl Antonius in het jaar 43 v.Chr. in Gallië tegen Decimus Brutus streed, bouwde Octavianus in Italië een leger op, bestaande uit veterani van Caesar. Zo maakte hij zich op een manier die veel weg had van een staatsgreep, meester van de stad Rome. Onder militaire druk en op aandrang van Marcus Tullius Cicero bevestigde de senaat Octavianus' toegeëigende militaire bevelhebberschap, verleende hem de voorrechten van een senator en consul en stond hem toe om alle ambten 10 jaar voor de wettelijk vastgelegde minimumleeftijd te aanvaarden. Octavianus ging nu zelfs een bondgenootschap met de republikeinen aan. Nog in datzelfde jaar belegerde hij Antonius in de Mutinensische oorlog samen met een senatoriaal leger onder de consuls Aulus Hirtius en Gaius Vibius Pansa.

Beide staatshoofden van de republiek kwamen om in de strijd en Octavianus verlangde er nu naar om voor zichzelf een van de vrijgekomen plaatsen van consul in te nemen. Nadat de senaat echter had geweigerd hem te laten verkiezen tot consul, dwong Octavianus op 19 augustus 43 v.Chr. met hulp van zijn troepen zijn verkiezing tot consul en de achting van de Caesarmoordenaars af. Intussen had Antonius 19 legioenen onder zijn bevel gebracht na zijn laatste nederlaag. Daarom - terwijl Octavianus op het politiek toneel van Rome nu als „wreker“ van zijn adoptievader optrad - wisselde hij van zijde en ging met de leiders van de factie van Caesar een bondgenootschap aan. Naar het voorbeeld van Caesar, Pompeius en Crassus uit 60 v.Chr. richtten Octavianus, Marcus Antonius en de magister equitum Marcus Aemilius Lepidus in oktober 43 v.Chr. een tweede triumviraat op. Ter bekrachtiging van deze overeenkomst huwde Octavianus Antonius' stiefdochter Clodia (echtgenote van Octavianus).

Het tweede triumviraat[bewerken] Zie tweede triumviraat voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
 
Aureus met aan de voorzijde de triumvir Marcus Antonius en aan de keerzijde Octavianus (41 v.Chr.)

De „driemannen voor de herinrichting van de republiek met consulaire macht“ (Triumviri Rei Publicae Constituendae Consulari Potestate), zoals de alliantie officieel werd genoemd, berustte zuiver op de militaire macht van Triumviri, op hun zeggenschap over veruit de meeste Romeinse legioenen. Ze lieten zich op 27 november 43 v.Chr. door de senaat voor vijf jaar dictatoriale bevoegdheden toekennen. Zoals in de tijd van Lucius Cornelius Sulla werden nu ook proscriptielijstenuitgevaardigd, die alle daarop vermelde personen vogelvrij verklaarden. Volgens Suetonius zou Octavianus zich in het begin tegen de proscripties hebben verzet, maar ze vervolgens vastbeslotener hebben doorgevoerd dan zijn beide collega's. Op aandringen van Antonius werd tijdens de moorden onder de politieke tegenstanders van de triumviri ook Cicero tot slachtoffer gemaakt.

De opbrengst van de proscripties voldeed helemaal niet aan de financiële verwachtingen van de triumviri, maar ze decimeerden zo wel de republikeinse heersende klasse in de senaat van Rome; de machthebbers vervingen hun slachtoffers door loyale aanhangers. Op eenzelfde wijze deden ze dit ook met de magistraten in andere steden. Door deze en andere maatregelen verschoof de machtsverhouding in de Romeinse heersende klasse ten nadele van de republikeins gezinden. Het waren deze omwentelingen die de Augustus-kritische oud-historicus Ronald Syme „Roman revolution“ doopte.

In het jaar 42 v.Chr. trokken Antonius en Octavianus naar Griekenland, waar de Caesarmoordenaars Marcus Iunius Brutus en Gaius Cassius Longinus hun strijdkrachten hadden verzameld. De nederlagen van de Caesarmoordernaars in de dubbelslag bij Philippi in Macedonië in de herfst van dat jaar betekende de definitieve ondergang van de Romeinse republiek. Daar de overwinning wezenlijk aan Antonius was te danken, nam diens gewicht binnen het triumviraat verder toe.

Toen de triumviri na de slag bij Philippi hun invloedssferen vastlegden, kreeg Antonius naast Gallia Comata de provincia Narbonensis en gaf hiervoor Gallia Cisalpina op. Dit gebied werd voortaan samen met Italia bestuurd. Daarnaast zou hij de verhoudingen in de rijke oostelijke provinciae herinrichten. Lepidus werd, nadat hij oorspronkelijk volledig uitgesloten was geweest, de beide Africae toegewezen - de toenmalige graanschuur van Rome. Octavianus kreeg Hispania Citerior en Ulterior en de moeilijke opgave de veterani in Italia te vestigen, dat door de triumviri gezamenlijk werd bestuurd. Deze zorg voor het zogenaamde „legercliënteel“ werd sinds Marius' legerhervormingen van elke veldheer verwacht, die zich zo van de politieke steun van zijn veterani verzekerde en het vertrouwen van ervaren legionairs kon verwerven.

Bij de landverdelingen kwam het tot gewelddadige onteigeningen en verdrijvingen, niet slechts van enkele grondbezitters, maar zelfs van hele stadsbevolkingen. Octavianus maakte zich destijds dan ook bij iedereen gehaat. Bovendien kwam het wegens de landverdeling tot ernstige meningsverschillen met Marcus Antonius' broer Lucius, die Octavianus echter te Perusia belegerde. Antonius landde daarop met zijn troepen in Italia. De legioenen van beide triumviri weigerden echter te strijden en dwongen hun leiders tot een vernieuwd bondgenootschap. De vrede van Brundisium werd in de herfst van 40 v.Chr. beklonken met het huwelijk van Antonius met Octavianus' zus Octavia Thurina minor.

In hetzelfde jaar, nadat hij van zijn eerste vrouw Clodia was gescheiden, huwde Octavianus met Scribonia, een verwante van Pompeius' zoon Sextus. Ze schonk hem een dochter, Iulia, die zijn enige natuurlijke kind zou zijn. Maar al op de dag van Iulia's geboorte verstootte hij haar moeder, om in 38 v.Chr. Livia Drusilla te huwen. Het schandaal werd nog vergroot doordat hij Livia in zijn huis opnam, nog voordat ze zich van haar toenmalige echtgenoot, de overtuigde republikein Tiberius Claudius Nero, had kunnen laten scheiden. Deze vrouw, die zijn meest vertrouwde raadgeefster werd, bracht uiteindelijk haar beide zonen Tiberius enDrusus in Octavianus' huis. Tiberius werd uiteindelijk de opvolger van Octavianus.

Strijd om de alleenheerschappij[bewerken]
 

██ Octavianus' machtsbereik

██ Antonius' machtsbereik

██ Antonius' bondgenoten

De laatste politieke tegenstander van de triumviri was Sextus Pompeius, die met zijn vloot nog over een aanzienlijke militaire macht beschikte. Hij controleerde Sicilië en bracht de graantoevoer naar Rome in gevaar, wat Octavianus' gezag in Rome ondermijnde. Op aandringen van de senaat sloot Octavianus in 39 v.Chr. met Sextus Pompeius het verdrag van Misenum. Pompeius ontving Sardinië, Corsica, Sicilië en de Peloponnesus als machtscentrum, en daarenboven de garantie op een consulaat in het jaar 35. Aangezien deze concessies Octavianus in de praktijk aan macht deden inboeten, zette Octavianus in het volgende jaar (38 v.Chr.) reeds alles op alles om Pompeius opnieuw van de macht te beroven. In dit jaar was het triumviraat nog eens voor vijf jaar verlengd. Twee jaar later, in 36 v.Chr., belegerde Octavianus' veldheerMarcus Vipsanius Agrippa Pompeius in de zeeslag bij Naulochus voor de noordkust van Sicilië. Nadat Octavianus kort daarop erin slaagde Lepidus van de macht te beroven, omdat diens troepen naar hem waren overgelopen, beheerste hij voortaan het gehele westelijke deel van het rijk. In de strijd om de alleenheerschappij stond enkel Antonius hem nu nog in de weg.

Terwijl Octavianus van eind 35 tot begin 34 v.Chr. door kleinere veldtochten in Dalmatia een slagkrachtig leger vormde, voerde zijn rivaal een succesrijke strijd tegen deParthen. Deze waren sinds 40 v.Chr. onder het bevel van Quintus Labienus, een aanhanger van de republikeinse zaak, in Syrië binnengedrongen. Antonius ging tevens een heftige verhouding met koningin Cleopatra VII van Egypte aan, voor wie hij in het jaar 32 v.Chr. de in Rome uiterst populaire Octavia verstootte. Toen hij in hetzelfde jaar overging tot het schenken van delen van het Romeinse oosten aan Cleopatra en hun gemeenschappelijke kinderen (Alexander Helios, Cleopatra Selene enPtolemaeus Philadelphos), verloor hij elke steun in Rome. Octavianus wist Antonius' daden allervoordeligst tegen deze uit te spelen in zijn propaganda. Om hem ook nog zijn laatste aanhangers af te troggelen, schrok hij er zelfs niet voor terug heiligschennis te plegen: in 32 v.Chr. liet hij het bij de Vestalinnen in bewaring gegeven - mogelijk echter vervalste - testament van Antonius openbaar maken, waarin deze Cleopatra's kinderen tot erfgenamen benoemde, Ptolemaeus XV Caesarion als lijfelijke zoon van Caesar erkende en vroeg naast Cleopatra in Alexandrië te worden begraven. Toen dit bekend werd, onthief de senaat Antonius uit al zijn ambten. Daar Octavianus de Egyptische koningin als oorzaak voor Antonius' „Rome-vijandelijke“ daden voorstelde, verklaarde de senaat haar tot staatsvijand en Egypte de oorlog.

 
De opstelling tijdens de slag bij Actium.

Voor Octavianus was het van belang dat hij de strijd tegen een politieke tegenstander kon voorstellen als een oorlog van Rome tegen een buitenlandse vijand. De bevoegdheden van Octavianus en Antonius als triumviri waren formeel reeds op 1 januari 32 v.Chr. afgelopen en hun proconsulaire competenties bestonden nu nog provisorisch. Daarom maakte Octavianus gebruik van de oorlogstoestand voor de verlening van een nieuw ambt. Hij liet zich tot „leider van Italia“ (dux Italiae) uitroepen, die het gehele westen de eed van trouw liet afleggen (Res Gestae divi Augusti 25: „Heel Italië heeft uit vrije wil aan mij trouw gezworen en het heeft van mij geëist de oorlog die ik bij Actium gewonnen heb te leiden [ducem depoposcit]. De provincies in Gallië en Spanje en de provincies Africa, Sicilia en Sardinia hebben op dezelfde manier aan mij trouw gezworen.“).[5] Daarenboven nam hij voor het volgende jaar opnieuw het consulaat op zich. Nu zijn politieke positie verzekerd was, begon Octavianus in 31 v.Chr. de oorlog tegen Antonius.

Al in het eerste treffen tussen beide rivalen viel de beslissende overwinning. In de zeeslag bij Actium - aan de mond van de Ambracische Golf in Epirus - leden Antonius en Cleopatra op 2 september 31 v.Chr. een nederlaag tegen de strijdkrachten van Agrippa en Octavianus, die tijdens de strijd misselijk van zeeziekte onderdeks lag. Met de inname van Alexandria, de annexatie van Egypte als nieuwe provincia en de zelfmoord van Antonius en Cleopatra in het daarop volgende jaar eindigde de strijd van twee mannen om de macht in Rome en tegelijkertijd de 100 jaar durende periode van Romeinse burgeroorlogen. Als teken dat in het hele rijk vrede heerste, werden op 12 januari 29 v.Chr. de deuren van de tempel van Janus op het Forum Romanum gesloten. Dit zou slechts de derde keer in de eeuwenlange geschiedenis van Rome zijn geweest (Liv., Ab urbe condita I 19.2-3.).

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.
Rating: 0 sterren
0 stemmen

Maak jouw eigen website met JouwWeb